vrijdag 24 september 2010

Continue verbetering

Het is weer tijd voor een plaatje, en het is weer een prachtig plaatje.  Ik gebruik het zelf al een jaar of twee, wanneer ik iets over continu verbeteren wil zeggen. Ik gebruik het ook nu weer als logo in een verbeterproject waar ik bij betrokken ben. Ik ben verantwoordelijk voor het continue deel van dat project, waarborgen dat de verbeteringen die we nu gepland hebben ook echt worden uitgevoerd, en dat er straks een vervolg aan gegeven wordt.


Dat de trap aan de bovenkant nooit ophoudt is duidelijk. Het potlood is nog lang niet op. De anderen volgen dapper en met een blij gezicht, dat betekent dat het met de verbetercultuur wel goed zit. Maar wat gebeurt er aan de onderkant van de ladder? Verdwijnen de treden daar net zo snel als ze er aan de bovenkant bijkomen? Anders gezegd – als je stil staat val je naar beneden?

donderdag 9 september 2010

Toch weer Arcade Fire

Ik ben een vrij fanatieke muziekliefhebber – indie rock en alles wat daarbij in de buurt komt. Fanatiek in het luisteren, maar vooral ook in het volgen van de nieuwste ontwikkelingen – de laatste Cd’s.


Dat betekent iedere week een aantal nieuwe platen luisteren, pakweg tweehonderd per jaar. Daar zitten er verscheidene tussen die na een keer luisteren weer kunnen worden gewist – leuk om even te weten maar ze beklijven niet. Er zitten er heel veel tussen die meerdere keren beluisterd kunnen worden, en die groeien met iedere luisterbeurt. Af en toe zit er eentje tussen waarbij ik de oren spits, waarbij de volumeknop direct naar rechts gaat. En een heel enkele keer, een paar keer per jaar, komt er een echt pareltje langs, een nummer met kippenvel, soms zelfs een hele CD waarvan ik tranen in mijn ogen krijg.

Heel veel van de bands die ik beluister hoor ik voor de eerste keer, splinternieuwe groepen met hun debuut, of artiesten die ik om de een of andere reden tot nu toe gemist had. Spannend, wat staat me nu weer te wachten. Het leukste is dan dat zo’n nieuwe band meteen doorstoot tot de categorie “kippenvel”. In mijn tienerjaren was ik er al trots op als ik weer iets nieuws ontdekt had, en dat gevoel is eigenlijk nooit over gegaan.

Vorig jaar regende het parels, uiteindelijk een top-10 vol met prachtige platen. Dit jaar wachtte ik tevergeefs op dat aha-moment. Mooie platen, dat wel, maar er zat er tot nu toe niet een bij die er bovenuit stak. Een half jaar ging voorbij, een mager half jaar. Tot een paar weken geleden alles in het teken stond van de langverwachte nieuwe van Arcade Fire – The Suburbs.
























Ik was een beetje sceptisch. Als de halve wereld loopt te juichen doe ik liever niet mee. De eerste luisterbeurt was ik hartstikke kritisch, ze zouden me niet zo gemakkelijk voor zich winnen. Nu is het misschien wel vijftien of twintig luisterbeurten verder, en ze hebben het toch geflikt. Kippenvel. Niet zo veel als de vorige platen, maar toch geweldig.


Jammer – de beste plaat tot nu toe is geen ontdekking van mezelf. Gewoon een plaat die heel veel mensen prachtig vinden.

maandag 30 augustus 2010

Is veranderen leuk?

Onlangs werd ik geïnterviewd door een journalist voor een artikeltje in ons interne communicatieblad. We zijn met de voorbereiding van een verbeteringsproject bezig – analyse, interviews, plannen, prioriteitstelling. Goed moment voor een stukje peptalk.


In het interview was ik erg enthousiast over dit project, ik kijk uit naar de implementatie straks. Dit werd vertaald in mijn quote “Op deze manier wordt veranderen een féést!” Nou zijn dit woorden die ik nooit zou gebruiken, en ik was dan ook blij dat ik het transcript van tevoren in mocht zien en kon corrigeren. Zal ik er dan maar “Op deze manier wordt veranderen leuk!” van maken? Weer was ik het er niet mee eens, maar nu dacht ik – laat maar. Dit geeft me een mooie kans om eens iets langer over het onderwerp door te denken, er iets over te schrijven.

Op deze manier wordt veranderen leuk. Dat betekent dus eigenlijk – normaal gesproken is veranderen afschuwelijk, maar nu is het wel leuk.

Dus mijn vraag: Is veranderen leuk? Ja! Ik denk zelfs dat veranderen altijd leuk is, althans veranderingen die je zelf in gang zet of die je zelf in de hand hebt. De tijd dat je veertig jaar hetzelfde werk deed voor dezelfde baas ligt achter ons. Acht uur lang met tegenzin opdrachten uitvoeren en voorschriften opvolgen, hopelijk af en toe wat plezier met collega’s en dan snel naar huis voor het echte leven. Dat is niet hoe ik mijn werktijd wil invullen, en in de moderne werkomgeving kan niemand dat meer.

Een flink deel van je leven breng je werkend door, daar kun je dan maar beter het beste van maken. En dan bedoel ik ook echt het beste, het allerbeste van jezelf. Een van de dingen die je kunt geven is dat je meedenkt over het iets beter, slimmer, handiger, anders kan. Voor het bedrijf, om er samen beter van te worden. Maar vooral ook voor jezelf, om ervan te groeien.

Als bedrijf heb je tegenwoordig alleen recht van bestaan als je je onderscheidt van de anderen, als je beter bent, als je meer te bieden hebt. Dus kan een bedrijf het zich niet permitteren stil te staan. Niet met de producten, niet met de diensten, niet met de organisatie. Stilstand is niet achteruitgang, stilstand is ondergang. Voor jezelf geldt hetzelfde. Ook jij zult moeten meegaan met de tijd, of nog liever er iets op vooruit lopen. Door je te ontwikkelen, door te groeien. Open te staan voor veranderingen. Als een verandering tot een verbetering leidt maakt het je trots op wat je bereikt hebt, dan smaakt het naar meer. En als een verandering niet het gewenste resultaat heeft dan heb je in ieder geval geleerd hoe het niet moet, hoe je het de volgende keer anders, beter moet doen.
Daarom is veranderen en verbeteren een gezamenlijk belang, daarom is veranderen onvermijdelijk, daarom is veranderen leuk. Meer dan dat – veranderen is een manier van leven.

©Junior D'haese

woensdag 25 augustus 2010

Het veranderhuis (2)

Lees eerst Het Veranderhuis (1)


In het eerste deel van het veranderhuis vroeg ik me af of het nodig is iedere keer door alle kamers te gaan. Raken we na de vernieuwing vanzelf weer tevreden, rusten we op onze lauweren, en als er wolken verschijnen moeten we ze eerst weer ontkennen voor we via chaos opnieuw kunnen vernieuwen? Kunnen we niet in de Room of Renewal blijven, constant vernieuwen?

Volgens Claes is het nodig om in chaos te komen voor we kunnen vernieuwen. Chaos en verwarring zijn de beste voedingsbodem voor creativiteit en vernieuwing. Als de nood het hoogst is, is de redding nabij.

Verwarring leidt ook tot onzekerheid, tot angst voor het onzekere, tot conservatisme. Bang voor verandering. Niemand zoekt uit zichzelf de verwarring op. Mensen zullen zich echter moeten realiseren dat onzekerheid een deel is van het leven, en dat omgaan met onzekerheid een waardevolle eigenschap is. Onzekerheid leidt tot mogelijkheden, onzekerheid kan inspireren. Weten dat je om kunt gaan met onzekerheid neemt die onzekerheid weg.

Chaos is normaal gesproken niet waar we naar streven, dus ik wil deze toestand betovering noemen, de Room of Enchantment. Mijn veranderingshuis heeft nog maar twee kamers – Renewal en Enchantment. Die laatste kamer is waar mensen plezier vinden in verandering, en trots. Waar geen dag gelijk is aan een andere, waar een dag niet veranderd is als een dag niet geleefd. Betovering, extase, mystiek, fascinatie, waar creativiteit gedijd, waar innovatie bloeit.

Er is geen Room of Contentment, we zijn nooit tevreden met de situatie zoals die is. Er vanzelfsprekend is er geen Room of Denial, we proberen verandering niet te voorkomen, maar we heten het juist welkom. Er is een voortdurende uitwisseling tussen Enchantment en Renewal, de deuren staan altijd open.

Hoe voelen mensen zich in de Room of Enchantment? Ze zijn trots op hun werk, ze zijn gepassioneerd in wat ze doen. Hun persoonlijke doelen lopen parallel aan de doelstellingen van de organisatie. Ze leren iedere dag, ze groeien. Ze discussiëren, luisteren doen, hebben plezier. Er is geen vrees voor het onbekende maar een “we lossen het op” mentaliteit.

Ik geloof niet in bonussen en financiële beloningen. Hun bevrediging duurt uren of hooguit dagen. Erkenning, achting, respect – die duren eeuwig. Ik geloof in een organisatie waar mensen zich thuis voelen, kansen krijgen, waar ze groeien en waar ze betere mensen worden.

Het veranderhuis met twee kamers dat ik hierboven schets is vast wel ergens te herkennen. Waar zijn de organisaties die op deze manier werken en met hun mensen omgaan? Zelf ken ik het niet uit eigen ervaring, maar ik zou er graag willen werken. Of anders gezegd, ik zou deze organisatie graag willen bouwen. De komende tijd hoop ik hier op voort te borduren, in gesprekken met anderen, met tips van wie maar wil. De volgende aflevering is in voorbereiding, en gaat over regels.

Voor meer informatie over het originele veranderhuis met vier kamers: http://www.claesjanssen.com/index.shtml

dinsdag 24 augustus 2010

Het veranderhuis (1)

Ik wil jullie meenemen door een huis met vier kamers. Deze theorie, ontwikkeld door de Zweedse onderzoeker Claes F. Janssen is van toepassing op heel veel terreinen – persoonlijk, politiek, maar ook op het bedrijfsleven. Ik wil het verhaal vertellen vanuit de optiek van een onderneming in de profit sector – een bedrijf dat goederen en diensten wil leveren om er geld mee te verdienen.

We beginnen in de kamer linksboven.
























Het is een heel lekker gevoel om in de eerste kamer te zijn, de Room of Contentment – de kamer van tevredenheid. Alles voelt goed, het bedrijf groeit, en wordt geld verdiend, de bomen groeien tot flink in de richting van de hemel. Iedereen is bezig met het hier en nu. Het is duidelijk dat deze situatie niet tot in eeuwigheid door kan duren. De markt verandert, economisch gaat het niet meer zo voor de wind, een concurrent komt met een agressieve campagne en pakt klanten af. Dat leidt niet meteen tot paniek, integendeel. In eerste instantie denken we dat het wel meevalt. Een tijdelijk dipje. De klanten die nu weglopen komen straks wel weer met hangende pootjes terug, de economie trekt wel weer aan. We zijn in de Room of Denial - de kamer van ontkenning. Oogkleppen op, en maar wachten tot het overwaait. Wel alert blijven natuurlijk, verdedigen wat we hebben. En er is onderlinge irritatie, echt lekker gaat het niet.

Er komt een moment dat de struisvogel niet meer werkt, de kop kan niet in het zand blijven. De klanten die weglopen zijn tevreden bij de concurrent, en anderen volgen. De economie trekt niet meteen aan, we zitten al voor het derde jaar in de rode cijfers. Negeren kan niet meer – het is echt goed mis. We komen in de Room of Confusion – de kamer van verwarring. Het is een chaos. We weten dat het goed mis is, en dat het niet meer vanzelf over gaat. Wat moeten we doen, hoe komen we hier uit? Wie wijst ons de weg?

Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Nu moeten we eindelijk die verbetering doorvoeren waardoor de kostprijs met twintig procent naar beneden gaat. Nu zetten we alles op alles en komen we toch met die creatieve ontwikkeling als antwoord op de concurrentie. Innovatie lukt, de spirit zit er goed in. Dit is de Room of Renewal – de kamer van vernieuwing. Samen staan we sterk, krijgen we energie, laten we het gebeuren.

Het lukt, we komen er weer bovenop. De daling zet zich om in een groei, we maken weer winst. En voor we het weten zijn we weer terug in de Room of Contentment, van tevredenheid en misschien zelfs wel gezapigheid. Opgelucht halen we adem. De cirkel is rond.

Herkenbaar? Het moet haast wel. Toen ik dit model in 2004 leerde kennen kon ik het moeiteloos vertalen naar de organisatie waar ik toen werkte. We zaten tussen de Room of Contentment (het ging erg goed) en Denial (er waren verscheidenewolken aan de horizon verschenen – vooral concurrenten en een verzadigde markt). Sommige mensen zaten al een kamer verder, ze waren bang voor wat er komen zou, maar de organisatie als geheel beslist nog niet.

Tot zover niets nieuws, weinig van mezelf. Maar het onderwerp is me blijven intrigeren, en dan vooral de vraag of het echt nodig is om weer naar de Room of Contentment terug te gaan. Daarover de volgende keer meer.

Voor meer informatie: http://www.claesjanssen.com/index.shtml

donderdag 19 augustus 2010

Hardlopen

Begin dit jaar vierde ik mijn twintigjarig jubileum als hardloper. Nou ja, vieren? Hoeveel kilometers heb ik afgelegd sinds ik voor de eerste keer de stoute schoenen aantrok? Twintig jaar, vijftig weken, minstens dertig kilometer in de week. Dat is al een heel eind op weg de wereld rond. Niet teveel aan denken.


Waarom blijf ik het doen, en beslist niet met tegenzin? Een echte verslaving is het niet, ook al krijg ik na een aantal dagen toch een kriebelig gevoel, ik moet weer. En als het er onverhoopt een week niet van komt ontstaat er toch een soort honger naar het lopen. Maar om nou te zeggen dat ik er echt niet zonder kan, dat is het niet. Wat wel telt zijn de gebruikelijke dingen als gewicht, conditie en gezondheid.

Veel managers doen aan hardlopen. Lees een CV, en het staat erin. Het onregelmatige leven maakt het beoefenen van een andere sport lastig, zeker een teamsport. Managers zijn zich vaak bewust van de valkuilen van hun leven – het lekkere eten en drinken, de weinige vrije tijd.

Hardlopen kan ook netwerken zijn, tenminste als je tijdens het lopen nog in staat bent om te praten – dat lukt niet iedereen. Maar amechtig hijgend drijfnat bezwete visitekaartjes uitwisselen is dan weer niet zo’n succes. Ga dan maar golfen.

Een gezonde geest in een gezond lichaam. Voor mij is een uurtje hardlopen de ideale combinatie van lekker bezig zijn voor je lichaam en tegelijkertijd voor je geest. Niet altijd, soms is het gewoon afstand afleggen tot de volgende boom, de volgende bocht, het einde halen. Maar vaak vormt zich een gedachtereeks, formulier ik hele columns, brieven, of vind ik een oplossing voor een probleem waar ik tijdens het werk geen licht in zag. Thuisgekomen dus gauw een paar notities maken, nog voor het douchen. En daarna proberen zo snel mogelijk uit te werken. Want het komt ook voor dat die prachtige volzinnen die ik in gedachten had me volledig ontglipt zijn als ik weer thuis ben.

En deze column? Gedeeltelijk onderweg, maar helaas deels peinzend achter de computer. Hoe had ik dat nou ook al weer willen zeggen?

maandag 16 augustus 2010

De optimist

Voor een optimist is het glas altijd half vol, maar er zijn ook optimisten voor wie het glas helemaal vol is.


Het mooiste van deze cartoon vind ik de vanzelfsprekendheid op het gezicht van de presentator op de trap, de optimist. Maar kijk ook eens naar de andere gezichten, de toehoorders. Probeer hun gezichtsuitdrukking eens onder woorden te brengen.

Ik zou graag het copyright van deze tekening respecteren, en dat doe ik bij dezen. Wie is de tekenaar? Langdurig googelen leverde geen resultaat op. Het is een kopie van een kopie die al een paar jaar op  mijn prikbord hangt.