Tijdens de vakantie bezocht ik het Guggenheim Museum in Bilbao. Een aanrader – uiteraard. Ik werd vooral getriggerd door de tentoonstelling “The Luminous Interval, The D.Daskalopoulos Collection”, met daarin werken van meer dan 30 hedendaagse kunstenaars.
De naam van de tentoonstelling komt uit het werk van de Griekse filosoof Nikos Kazantzakis. Hij zag het leven als een luminous interval, een periode van ontbinding en verval als een noodzakelijke voorwaarde voor schepping en vernieuwing.
Dat deed me denken aan het veranderingshuis (zie eerdere blogs) waarin voor bedrijven hetzelfde geldt: een periode van chaos voordat het bedrijf rijp is voor vernieuwing.
John Bock – Palms – 2007 – D. Daskalopoulos Collection
Voor een overzicht van de kunstwerken, zie http://www.guggenheim-bilbao.es/microsites/the_luminous_interval/secciones/obras_destacadas/obras_destacadas.php?idioma=en
maandag 1 augustus 2011
donderdag 28 april 2011
Heit
Vanavond mijn vader verhuisd naar wat misschien wel zijn laatste stekkie wordt, een verzorgingsflat. Zijn hele leven lang is hij vrachtwagenchauffeur geweest, en het was dan ook best een zwaar moment toen hij, een paar maanden geleden nog maar, zijn laatste auto moest verkopen. Rijden was eigenlijk onverantwoord geworden. Van hem heb ik mijn speciale interesse in vrachtauto's, en in iedere serie vakantiefoto's komen steevast plaatjes van vrachtauto's voor. Zo ook onlangs in New York . Voor "us heit".
En vooruit, voor mezelf ook nog twee stuks dan.
woensdag 27 april 2011
Creativitijd
Hoe vaak hoor je in je leven niet: “Wat kon jíj vroeger spelen!” Met als ondertoon dat je dat toch wel helemaal kwijtgeraakt bent. Voor velen is het waar. Tot en met je basisschooltijd ben je voortdurend spelend in de weer, je verzint van alles. Voor mij was het Lego in de winter, en buiten spelen in de zomer.
Dan komt de middelbare school en is dat opeens over. Ik kan me herinneren dat het me speet, ik kón gewoon niet meer spelen zoals ik daarvoor deed. Je bent druk om te leren wat voorgeschreven is, en je enige creativiteit ligt in het oplossen van natuur- en wiskundevraagstukken – maar dan wel volgens de regels. Eigen initiatief wordt niet meer gestimuleerd.
Als je gaat werken begin je meestal ook binnen een vast stramien, je leert wat anderen te voordoen. Weinigen beginnen al meteen heel creatief, tenzij ze daar heel expliciet de keuze voor gemaakt hebben. Mijn creativiteit uitte zich in slimheid. Slim werken, althans slimmer dan de anderen, waardoor ik efficiënt was en positief opviel. Dan ga je groeien, je ontwikkelt je, krijgt steeds leukere banen waar je steeds meer je creativiteit in kwijt kunt.
De baan die ik nu heb is niet de meest uitdagende. De oplossingen die voor problemen gevonden moeten worden zijn vrij basic, en ik zit er nog niet lang genoeg in om op alle gebieden slim mee te kunnen praten.
Hiervoor heb ik een aantal functies gehad die juist wel het uiterste van me vergden, en waarin ik juist heel creatief bleek te zijn. Vaak zo erg dat overal briefjes met ideeën rondzwierven, aandachtpunten die nog uitgewerkt moesten worden, opgeschreven, gedeeld met anderen. Nu heb ik dat juist niet, en daarover maak ik me zorgen. Het is bijna weer dat gevoel aan het begin van de middelbare school – ik kan het niet meer. Nergens liggen meer briefjes, en kijk eens hoe lang het geleden is dat ik iets om mijn weblog schreef.
Dit weekend had ik een heel korte discussie over dit onderwerp, en het leverde genoeg inspiratie op voor dit blog. Mijn zoon vertelde me dat er op dit moment zoveel creativiteit van hem verwacht werd in zijn baan, dat hij niet meer toekwam aan creativiteit daarbuiten, dat hij daarvoor gewoon creativiteit te kort kwam. Een interessante vraag – is er een grens aan je creativiteit?
Mijn ervaring is dat creatief bezig zijn op het ene vlak juist stimulerend is op andere vlakken – je komt in een soort flow waarin idee na idee bij je binnen schiet – zoveel dat je er soms niet meer aan toe komt ze allemaal uit te werken. Dat er zoveel briefjes om je heen zwerven dat je na een tijdje vergeten bent wat je met een bepaalde aantekening bedoelde. Een bevlogenheid die overal doorwerkt, in je werk en privé. Dat het dus meer een kwestie is van gebrek aan tijd dat gebrek aan creativiteit.
Je komt dus creativitijd te kort.
Dan komt de middelbare school en is dat opeens over. Ik kan me herinneren dat het me speet, ik kón gewoon niet meer spelen zoals ik daarvoor deed. Je bent druk om te leren wat voorgeschreven is, en je enige creativiteit ligt in het oplossen van natuur- en wiskundevraagstukken – maar dan wel volgens de regels. Eigen initiatief wordt niet meer gestimuleerd.
Als je gaat werken begin je meestal ook binnen een vast stramien, je leert wat anderen te voordoen. Weinigen beginnen al meteen heel creatief, tenzij ze daar heel expliciet de keuze voor gemaakt hebben. Mijn creativiteit uitte zich in slimheid. Slim werken, althans slimmer dan de anderen, waardoor ik efficiënt was en positief opviel. Dan ga je groeien, je ontwikkelt je, krijgt steeds leukere banen waar je steeds meer je creativiteit in kwijt kunt.
De baan die ik nu heb is niet de meest uitdagende. De oplossingen die voor problemen gevonden moeten worden zijn vrij basic, en ik zit er nog niet lang genoeg in om op alle gebieden slim mee te kunnen praten.
Hiervoor heb ik een aantal functies gehad die juist wel het uiterste van me vergden, en waarin ik juist heel creatief bleek te zijn. Vaak zo erg dat overal briefjes met ideeën rondzwierven, aandachtpunten die nog uitgewerkt moesten worden, opgeschreven, gedeeld met anderen. Nu heb ik dat juist niet, en daarover maak ik me zorgen. Het is bijna weer dat gevoel aan het begin van de middelbare school – ik kan het niet meer. Nergens liggen meer briefjes, en kijk eens hoe lang het geleden is dat ik iets om mijn weblog schreef.
Dit weekend had ik een heel korte discussie over dit onderwerp, en het leverde genoeg inspiratie op voor dit blog. Mijn zoon vertelde me dat er op dit moment zoveel creativiteit van hem verwacht werd in zijn baan, dat hij niet meer toekwam aan creativiteit daarbuiten, dat hij daarvoor gewoon creativiteit te kort kwam. Een interessante vraag – is er een grens aan je creativiteit?
Mijn ervaring is dat creatief bezig zijn op het ene vlak juist stimulerend is op andere vlakken – je komt in een soort flow waarin idee na idee bij je binnen schiet – zoveel dat je er soms niet meer aan toe komt ze allemaal uit te werken. Dat er zoveel briefjes om je heen zwerven dat je na een tijdje vergeten bent wat je met een bepaalde aantekening bedoelde. Een bevlogenheid die overal doorwerkt, in je werk en privé. Dat het dus meer een kwestie is van gebrek aan tijd dat gebrek aan creativiteit.
Je komt dus creativitijd te kort.
zondag 16 januari 2011
Waarom reorganiseren?
Onlangs raakte ik verwikkeld in een internetdiscussie die begon met de vraag “Why reorganize?” Een aantal bijdragen waren erg negatief: Het geeft het management iets te doen, terwijl de mensen er slachtoffer van zijn. Elke reorganisatie kost zeeën van tijd, vooral voor ondersteunende afdelingen die er niet eens direct iets mee te maken hebben. De meeste reorganisaties mislukken, dus waarom proberen ze het steeds weer? Op een gegeven moment vond ik het tijd om erin te springen.
Elf jaar geleden was ik misschien wel de meest enthousiaste supporter van een reorganisatie van een projectafdeling. Tot dan toe hadden we gescheiden afdelingen voor calculatie en uitvoering. De calculatie- en offerteafdeling was verantwoordelijk voor het aanbieden en verkopen van projecten, de tweede stap, bestaande uit tekenaars, werkvoorbereiders en monteurs was belast met de realisatie tot uiteindelijke oplevering. Dat leidde tot zoveel miscommunicatie, verstoorde relaties en uiteindelijk ontevreden klanten dat we besloten het anders te doen, in teams. Ieder team werd verantwoordelijk voor het hele traject van aanbieden, order binnen halen en voorbereiden tot de overdracht aan de monteurs. De reorganisatie was redelijk succesvol. Toen ik na twee jaar een uitgebreide analyse maakte was de balans positief, met nog wel de nodige kanttekeningen.
Nu zijn we elf jaar verder, en ben ik weer een warm voorstander van een reorganisatie die we net op dezelfde afdeling hebben doorgevoerd. We hebben de teams weer gesplitst in aparte afdelingen voor commercie en uitvoering. Terug naar af. Dit lijkt misschien een manier om het management bezig te houden, maar dat is het uiteraard niet. De omgeving en de markt is veranderd, interne processen zijn heel anders dan elf jaar geleden, de wijze van omgaan met mensen, verantwoordelijkheden, vrijwel alles is nu anders dan toen. Kortom, het was nodig om weer te veranderen, en het is niet meer dan toeval dat dit bijna terug is naar de oorspronkelijke situatie. Het kost weer tijd, energie, productieverlies, vanzelf. En toch was ik erg enthousiast.
Het kost energie, maar ik ben van mening dat een goed uitgevoerde reorganisatie ook veel energie oplevert, nieuwe uitdagingen, motivatie. De boel opschudden, mensen losrukken uit hun ingeslapen bestaan. Gedwongen worden te veranderen, en daarmee de weg openend tot nog meer veranderingen, verbeteringen. Ik geloof beslist dat een succesvolle organisatiewijziging een positieven energiebalans heeft, dat het positieve psychologische effect opweegt tegen te nadelen. Dan zeg ik er wel iets bij – het woord succesvol. Het vergt het uiterste van het management om een verandering tot een succes te maken, tot een zo groot succes dat het meer oplevert dan oorspronkelijk gedacht. Dat is de uitdaging waarvoor reorganiserende managers staan.
(Bron: www.seniorama.be)
Als je zo goed kunt reorganiseren, dan kom je dicht in de buurt bij wat sommige mensen denken, namelijk dat je het alleen maar doet voor het reorganiseren, zelfs als er geen logica of business case achter zit. Alleen maar voor de positieve energie. Ik hoop nog eens zo’n reorganisatie te doen. Over elf jaar?
zaterdag 1 januari 2011
Top 20 (en iets meer)
Het is weer tijd voor het muzikale jaarlijstje. Wie wordt de opvolger van The Decemberists en verovert de felbegeerde eerste plaats in mijn top 20 van 2010?
Halverwege het jaar zag het er somber uit. Ik had eigenlijk nog niet een plaat gehoord die zich kon meten met de toppers van vorig jaar. Toen kwam Arcade Fire en kwam er alsnog een stroom goede platen op gang. Ook dit jaar weer een mix van splinternieuwe bandjes en oude bekenden, met misschien wel iets meer de nadruk op de namen van vroeger. Word ik ouder? Of deden de oudjes het dit jaar erg goed? Neil Young bijvoorbeeld om meteen de alleroudste te nemen. Singer-songwriter met gitaar, en dat is op Le Noise genoeg. Lemmy is maar een maand jonger, maar op de nieuwste Mötörhead klinkt hij nog net zo gedreven als 35 jaar geleden. Let wel: deze beide heren zijn inmiddels 65.
Nick Cave gaat al bijna net zo lang mee, en scoorde weer met zijn alter ego Grinderman. En dan de terugkeer van oude helden Michael Gira en de Swans, of Killing Joke van Jaz Coleman. De punk van Bad Religion.
Canada deed het weer heel goed. Neil Young om te beginnen. Dan natuurlijk Arcade Fire en Wolf Parade, maar ook Plants & Animals uit Montreal. En uit de rest van Canada kwamen daar Frog Eyes, Born Ruffians en Black Mountain bij.
Verder opvallend: drie keer Denemarken (I Got You on Tape, Volbeat en de uiterst tedere Agnes Obel). Terwijl Zweden er dit jaar juist heel bekaaid afkwam. Agnes Obel was de enige die ook mainstream bekend raakte. Arcade Fire werd weliswaar op 3FM gesignaleerd, maar Agnes zelfs op Radio 2.
Ik noem het lijstje top 20, maar normaal gesproken tel ik gewoon door tot alle “goede” platen op zijn. En goed betekent dan dat het merendeel van de nummers goed is, niet een paar uitschieters.
1. Broken Records – Let Me Come Home
2. Plants and Animals – La La Land
3. Arcade Fire – The Suburbs
4. Grinderman – 2
5. Frightened Rabbit – The Winter of Mixed Things
6. Spirits of The Dead – Spirits of The Dead
7. Wolf Parade – Expo 86
8. Frog Eyes – Paul’s Tomb: A Triumph
9. Black Mountain – Wilderness Heart
10. Belle & Sebastian – Write About Love
11. Killing Joke – Absolute Dissent
12. School of Seven Bells – Disconnect From Desire
13. Swans – My Father Will Guide Me up a Rope to the Sky
14. Neil Young – Le Noise
15. Mötörhead – The Wörld is Yours
16. Futureheads – The Chaos
17. Crocodiles - Sleep Forever
18. Courteeners - Falcon
19. I Heart Hiroshima – The Rip
20. Agnes Obel - Philharmonics
21. Bad Religion – The Dissent of Man
22. Wavves – King of the Beach
23. Sleepy Sun – Fever
24. Born Ruffians - Say It
25. From First to Last – Throne to the Wolves
26. Against Me – White Crosses
27. I Got You On Tape – Spinning For the Cause
28. Pulled Apart by Horses – Pulled Apart by Horses
29. Engineers – In Praise of More
30. Off With Their Heads – In Desolation
31. Volbeat – Beyond Hell, Above Heaven
Leuk lijstje toch? Kan zich moeiteloos meten met de gemiddelde top-2000 hit (al denken zes en een half miljoen Nederlanders daar anders over).
Wat krijgen we in 2011? Het eerste om naar uit de kijken is de nieuwe van The Veils. Helaas is het maar een EP, te kort dus. Komt in januari uit!
Halverwege het jaar zag het er somber uit. Ik had eigenlijk nog niet een plaat gehoord die zich kon meten met de toppers van vorig jaar. Toen kwam Arcade Fire en kwam er alsnog een stroom goede platen op gang. Ook dit jaar weer een mix van splinternieuwe bandjes en oude bekenden, met misschien wel iets meer de nadruk op de namen van vroeger. Word ik ouder? Of deden de oudjes het dit jaar erg goed? Neil Young bijvoorbeeld om meteen de alleroudste te nemen. Singer-songwriter met gitaar, en dat is op Le Noise genoeg. Lemmy is maar een maand jonger, maar op de nieuwste Mötörhead klinkt hij nog net zo gedreven als 35 jaar geleden. Let wel: deze beide heren zijn inmiddels 65.
Nick Cave gaat al bijna net zo lang mee, en scoorde weer met zijn alter ego Grinderman. En dan de terugkeer van oude helden Michael Gira en de Swans, of Killing Joke van Jaz Coleman. De punk van Bad Religion.
Canada deed het weer heel goed. Neil Young om te beginnen. Dan natuurlijk Arcade Fire en Wolf Parade, maar ook Plants & Animals uit Montreal. En uit de rest van Canada kwamen daar Frog Eyes, Born Ruffians en Black Mountain bij.
Verder opvallend: drie keer Denemarken (I Got You on Tape, Volbeat en de uiterst tedere Agnes Obel). Terwijl Zweden er dit jaar juist heel bekaaid afkwam. Agnes Obel was de enige die ook mainstream bekend raakte. Arcade Fire werd weliswaar op 3FM gesignaleerd, maar Agnes zelfs op Radio 2.
Ik noem het lijstje top 20, maar normaal gesproken tel ik gewoon door tot alle “goede” platen op zijn. En goed betekent dan dat het merendeel van de nummers goed is, niet een paar uitschieters.
1. Broken Records – Let Me Come Home
2. Plants and Animals – La La Land
3. Arcade Fire – The Suburbs
4. Grinderman – 2
5. Frightened Rabbit – The Winter of Mixed Things
6. Spirits of The Dead – Spirits of The Dead
7. Wolf Parade – Expo 86
8. Frog Eyes – Paul’s Tomb: A Triumph
9. Black Mountain – Wilderness Heart
10. Belle & Sebastian – Write About Love
11. Killing Joke – Absolute Dissent
12. School of Seven Bells – Disconnect From Desire
13. Swans – My Father Will Guide Me up a Rope to the Sky
14. Neil Young – Le Noise
15. Mötörhead – The Wörld is Yours
16. Futureheads – The Chaos
17. Crocodiles - Sleep Forever
18. Courteeners - Falcon
19. I Heart Hiroshima – The Rip
20. Agnes Obel - Philharmonics
21. Bad Religion – The Dissent of Man
22. Wavves – King of the Beach
23. Sleepy Sun – Fever
24. Born Ruffians - Say It
25. From First to Last – Throne to the Wolves
26. Against Me – White Crosses
27. I Got You On Tape – Spinning For the Cause
28. Pulled Apart by Horses – Pulled Apart by Horses
29. Engineers – In Praise of More
30. Off With Their Heads – In Desolation
31. Volbeat – Beyond Hell, Above Heaven
Leuk lijstje toch? Kan zich moeiteloos meten met de gemiddelde top-2000 hit (al denken zes en een half miljoen Nederlanders daar anders over).
Wat krijgen we in 2011? Het eerste om naar uit de kijken is de nieuwe van The Veils. Helaas is het maar een EP, te kort dus. Komt in januari uit!
dinsdag 28 december 2010
Cuba (2)
Er zijn veel dingen die je direct te binnen schieten als je aan Cuba denkt. Che en Fidel zijn vanzelfsprekend, mojito is ook beroemd, maar voor mij is muziek toch wel de hoofdmoot. Salsa is waarschijnlijk het bekendst, maar er zijn meer typisch Cubaanse muziekgenres.
Muziek – die is werkelijk overal. Het is goedkoper om een bandje van drie of vier mannen (en een enkele vrouw) in je café of restaurant te laten optreden dan een muziekinstallatie aan te zetten. Ze spelen de bekende nummers, gaan af en toe met de pet rond en hebben er veel plezier in. Net als de gasten. En blijkbaar hebben ze allemaal een CD gemaakt, want die bieden ze je standaard aan.
Of ze staan op straat, op pleinen en in parken. Een doosje op de grond voor de pesos. Het mooiste voorbeeld troffen we aan in Trinidad – ik was meteen jaloers. Vijf oude mannen, allemaal de zeventig ruim gepasseerd, op een rij op het trottoir. De oudste, waarschijnlijk ver in de tachtig, gaf het ritme aan met zijn sambaballen. Hij leek zich nauwelijks bewust van de wereld om zich heen. Bij hem moest Berry denken aan die ouderwetse poppenorkestjes. Een kwartje erin en dan speelden ze een paar minuten, meestal jazz. Maar wat een prachtige manier om van je pensioen te genieten.
De Buena Vista Social Club is ongetwijfeld de bekendste band van Cuba, met internationale successen. Een paar van de leden zagen we in een club in Havana. Ook bij hen bleek – dansen en muziek houdt je jong.
Bij Cubaanse muziek hoort dans. Vooropgesteld – ik zal de salsa nooit meester worden. Geen enkele Europeaan danst de salsa zoals de Cubanen dat doen, en onder de Europeanen zal ik leverslang een beginner blijven. Ik dans eigenlijk helemaal niet. De paar keer dat ik het geprobeerd heb moet ik iedere keer weer bij nul beginnen, zelfs de basispasjes krijg ik niet te pakken. Maar dat betekent niet dat ik niet kan genieten van goed dansende mensen.
Santiago de Cuba is het centrum van de salsa – de hele stad bruist bijna 24 uur per dag. Je gaat zitten op een terrasje en meteen wordt je uitgenodigd aan de tafel ernaast. Iemand is jarig, en dat wordt gevierd met een gitaar die de hele groep rond gaat. Iedereen speelt er een paar liedjes op. Wij konden niet spelen, maar we konden wel een fles rum kopen en op die manier bijdragen aan de feestvreugde.
Je besluit de avond in de Casa de las Tradiciones, beslist de leukste club in Santiago. Er is altijd wel een Cubaan die je verder wil helpen op de dansvloer, mits je de basispasjes van de salsa onder knie hebt natuurlijk. De band staat niet op een podium maar tussen het publiek, en danst dus gewoon mee. De hele club is niet meer dan een gewoon huis, en de dansvloer is dus ook niet veel groter dan een huiskamer. Alleen toeristen kopen drank, voor Cubanen is het veel te duur. Maar ze drinken graag een glaasje met je mee. In ruil daarvoor willen ze jou dan wel helpen op de dansvloer.
Muziek – die is werkelijk overal. Het is goedkoper om een bandje van drie of vier mannen (en een enkele vrouw) in je café of restaurant te laten optreden dan een muziekinstallatie aan te zetten. Ze spelen de bekende nummers, gaan af en toe met de pet rond en hebben er veel plezier in. Net als de gasten. En blijkbaar hebben ze allemaal een CD gemaakt, want die bieden ze je standaard aan.
Of ze staan op straat, op pleinen en in parken. Een doosje op de grond voor de pesos. Het mooiste voorbeeld troffen we aan in Trinidad – ik was meteen jaloers. Vijf oude mannen, allemaal de zeventig ruim gepasseerd, op een rij op het trottoir. De oudste, waarschijnlijk ver in de tachtig, gaf het ritme aan met zijn sambaballen. Hij leek zich nauwelijks bewust van de wereld om zich heen. Bij hem moest Berry denken aan die ouderwetse poppenorkestjes. Een kwartje erin en dan speelden ze een paar minuten, meestal jazz. Maar wat een prachtige manier om van je pensioen te genieten.
Bij Cubaanse muziek hoort dans. Vooropgesteld – ik zal de salsa nooit meester worden. Geen enkele Europeaan danst de salsa zoals de Cubanen dat doen, en onder de Europeanen zal ik leverslang een beginner blijven. Ik dans eigenlijk helemaal niet. De paar keer dat ik het geprobeerd heb moet ik iedere keer weer bij nul beginnen, zelfs de basispasjes krijg ik niet te pakken. Maar dat betekent niet dat ik niet kan genieten van goed dansende mensen.
Santiago de Cuba is het centrum van de salsa – de hele stad bruist bijna 24 uur per dag. Je gaat zitten op een terrasje en meteen wordt je uitgenodigd aan de tafel ernaast. Iemand is jarig, en dat wordt gevierd met een gitaar die de hele groep rond gaat. Iedereen speelt er een paar liedjes op. Wij konden niet spelen, maar we konden wel een fles rum kopen en op die manier bijdragen aan de feestvreugde.
Je besluit de avond in de Casa de las Tradiciones, beslist de leukste club in Santiago. Er is altijd wel een Cubaan die je verder wil helpen op de dansvloer, mits je de basispasjes van de salsa onder knie hebt natuurlijk. De band staat niet op een podium maar tussen het publiek, en danst dus gewoon mee. De hele club is niet meer dan een gewoon huis, en de dansvloer is dus ook niet veel groter dan een huiskamer. Alleen toeristen kopen drank, voor Cubanen is het veel te duur. Maar ze drinken graag een glaasje met je mee. In ruil daarvoor willen ze jou dan wel helpen op de dansvloer.
woensdag 15 december 2010
Cuba (1)
De laatste drie weken van november brachten wij door in Cuba, vandaar dat er geen nieuwe posts aan dit blog werd toegevoegd. Immers: Cuba heeft geen internet (of in ieder geval nauwelijks).
Ik heb dit blog genummerd met (1), in de veronderstelling dat dit meerdere afleveringen worden. Er is namelijk nogal wat te schrijven. Cuba is in ieder geval een fascinerend land, althans voor mensen die iets meer van een vakantie verwachten dan strand en disco (die zijn er overigens ook, maar dat was niet de hoofdmoot van onze vakantie).
Cuba is arm, straatarm. Het gemiddelde maandloon ligt zo rond de 25 euro, en de verschillen tussen schoolmeesters, politieagenten, doktoren of andere ambtenaren zijn minimaal. Daar staat tegenover dat onderwijs, medische zorg en andere basisbehoeften gratis zijn, elementaire levensbehoeften als rijst, azijn en toiletpapier op rantsoenbonnen maar dan wel bijna voor niks. Daarvoor het je de moneda nacional, de lokale peso. Tegelijkertijd worden veel andere “gewone” artikelen als luxe beschouwd, die moeten betaald worden in de luxe muntsoort “pesos convertibles”, en daar is moeilijk aan te komen. Behalve als je in de toeristensector werkt. Er zijn genoeg mensen die aan fooien een maandloon ophalen – per dag! En dan worden de verschillen opeens schrijnend, in een maatschappij die gebaseerd is op gelijkheid.
Waarom is Cuba zo arm, waarom is er gebrek aan alles? Waarom rijden er nog zoveel jaren ’50 Amerikaanse auto’s rond, en jaren ’70 Ladas? En die Nederlandse bussen, met de Nederlandse plaatsnamen er nog op – ze rijden echt, bij honderden. Cubaanse socialisten zullen zeggen dat het komt door het Amerikaanse embargo. Cuba is potentieel rijk genoeg, maar mag niks exporteren. Ja, naar het Oostblok, maar sinds de vak van de Berlijnse muur zit daar aardig de klad in. Nu is China een grote handelspartner – de modernere auto’s en bussen zijn vaal Chinees. Een punt blijft dat de dichtstbijzijnde buurman geen handelspartner is, ondanks de kleine verbeteringen onder Obama.
Niet-socialisten zullen uiteraard het regime van Castro de schuld geven – socialisme heeft geleid tot apathie en daardoor gebrek aan ontwikkeling. De waarheid zal wel ergens in de midden liggen.
Ik heb flink wat sympathie voor Cuba – ontstaan tijdens mijn middelbare schooljaren toen Amerika (Vietnam) de grote imperialistische boosdoener was, en iedereen die tegen Amerika was dus bijna automatisch aan de goede kant stond. En dan nog een romantische revolutionair als Che Guevara – kon het beter? De sympathie is nooit overgegaan, en is niet minder geworden door het bezoek. Anders – dat wel. Dat komt waarschijnlijk ook door het leeftijdsverschil, ik heb de middelbare school al lang achter me gelaten.
Wat ik hoop is dat in de komende jaren langzaam verandering zal komen. Opheffen van het embargo, en binnenlands het vrijlaten van particuliere initiatieven. Maar dan wel gecontroleerd, zodat Cuba niet in de val trapt waarin zoveel staten vervielen toen ze “vrij” werden – corrupt, met een kleine steenrijke bovenlaag en een nog veel armere bevolking.
Cuba is het meest duurzame land ter wereld. De “footprint” is minimaal, ondanks de zwarte uitlaatgassen uit de tientallen jaren oude auto’s is de vervuiling en het energieverbruik per Cubaan heel laag. Tegelijkertijd staan onderwijs en medische zorg op een heel hoog peil – analfabetisme komt niet voor, en Cuba heeft meer doktoren dan heel Afrika.
Als je een vakantie hebt zoals wij hoop je altijd veel in aanraking te komen met de bevolking, met het echte leven. Dat lukte in Cuba beter dan waar ook, een beetje basis Spaans brengt je al een heel eind. Zo waren wij in een dorpsschooltje waar 17 kinderen in 4 lokalen les kregen van één lerares, en hulp van een moeder. We kregen uitgebreid te horen hoe de school reilde en zeilde, en kregen een demonstratie op een computer. Geen internet uiteraard, maar wel heel moderne lesprogramma’s – Spaans, geschiedenis, wiskunde. Ze leerden zelfs Engels, maar dat had nog wel wat aandacht nodig.
Het dorp lag een flink eind van wat wij de bewoonde wereld zouden noemen – geen wegen, geen auto’s of fietsen, zelfs geen tractoren. Paarden voor het land en vervoer, en verder alles lopend. Maar de school was er, een winkel en een medische post. En nauwelijks een kilometer verder weer zo’n dorpje, met dezelfde voorzieningen.
Ik heb dit blog genummerd met (1), in de veronderstelling dat dit meerdere afleveringen worden. Er is namelijk nogal wat te schrijven. Cuba is in ieder geval een fascinerend land, althans voor mensen die iets meer van een vakantie verwachten dan strand en disco (die zijn er overigens ook, maar dat was niet de hoofdmoot van onze vakantie).
Cuba is arm, straatarm. Het gemiddelde maandloon ligt zo rond de 25 euro, en de verschillen tussen schoolmeesters, politieagenten, doktoren of andere ambtenaren zijn minimaal. Daar staat tegenover dat onderwijs, medische zorg en andere basisbehoeften gratis zijn, elementaire levensbehoeften als rijst, azijn en toiletpapier op rantsoenbonnen maar dan wel bijna voor niks. Daarvoor het je de moneda nacional, de lokale peso. Tegelijkertijd worden veel andere “gewone” artikelen als luxe beschouwd, die moeten betaald worden in de luxe muntsoort “pesos convertibles”, en daar is moeilijk aan te komen. Behalve als je in de toeristensector werkt. Er zijn genoeg mensen die aan fooien een maandloon ophalen – per dag! En dan worden de verschillen opeens schrijnend, in een maatschappij die gebaseerd is op gelijkheid.
Waarom is Cuba zo arm, waarom is er gebrek aan alles? Waarom rijden er nog zoveel jaren ’50 Amerikaanse auto’s rond, en jaren ’70 Ladas? En die Nederlandse bussen, met de Nederlandse plaatsnamen er nog op – ze rijden echt, bij honderden. Cubaanse socialisten zullen zeggen dat het komt door het Amerikaanse embargo. Cuba is potentieel rijk genoeg, maar mag niks exporteren. Ja, naar het Oostblok, maar sinds de vak van de Berlijnse muur zit daar aardig de klad in. Nu is China een grote handelspartner – de modernere auto’s en bussen zijn vaal Chinees. Een punt blijft dat de dichtstbijzijnde buurman geen handelspartner is, ondanks de kleine verbeteringen onder Obama.
Niet-socialisten zullen uiteraard het regime van Castro de schuld geven – socialisme heeft geleid tot apathie en daardoor gebrek aan ontwikkeling. De waarheid zal wel ergens in de midden liggen.
Ik heb flink wat sympathie voor Cuba – ontstaan tijdens mijn middelbare schooljaren toen Amerika (Vietnam) de grote imperialistische boosdoener was, en iedereen die tegen Amerika was dus bijna automatisch aan de goede kant stond. En dan nog een romantische revolutionair als Che Guevara – kon het beter? De sympathie is nooit overgegaan, en is niet minder geworden door het bezoek. Anders – dat wel. Dat komt waarschijnlijk ook door het leeftijdsverschil, ik heb de middelbare school al lang achter me gelaten.
Wat ik hoop is dat in de komende jaren langzaam verandering zal komen. Opheffen van het embargo, en binnenlands het vrijlaten van particuliere initiatieven. Maar dan wel gecontroleerd, zodat Cuba niet in de val trapt waarin zoveel staten vervielen toen ze “vrij” werden – corrupt, met een kleine steenrijke bovenlaag en een nog veel armere bevolking.
Cuba is het meest duurzame land ter wereld. De “footprint” is minimaal, ondanks de zwarte uitlaatgassen uit de tientallen jaren oude auto’s is de vervuiling en het energieverbruik per Cubaan heel laag. Tegelijkertijd staan onderwijs en medische zorg op een heel hoog peil – analfabetisme komt niet voor, en Cuba heeft meer doktoren dan heel Afrika.
Als je een vakantie hebt zoals wij hoop je altijd veel in aanraking te komen met de bevolking, met het echte leven. Dat lukte in Cuba beter dan waar ook, een beetje basis Spaans brengt je al een heel eind. Zo waren wij in een dorpsschooltje waar 17 kinderen in 4 lokalen les kregen van één lerares, en hulp van een moeder. We kregen uitgebreid te horen hoe de school reilde en zeilde, en kregen een demonstratie op een computer. Geen internet uiteraard, maar wel heel moderne lesprogramma’s – Spaans, geschiedenis, wiskunde. Ze leerden zelfs Engels, maar dat had nog wel wat aandacht nodig.
Het dorp lag een flink eind van wat wij de bewoonde wereld zouden noemen – geen wegen, geen auto’s of fietsen, zelfs geen tractoren. Paarden voor het land en vervoer, en verder alles lopend. Maar de school was er, een winkel en een medische post. En nauwelijks een kilometer verder weer zo’n dorpje, met dezelfde voorzieningen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


